|
|
Scotland |
|
walking the west highland way 18 sept 2005 – 26 sept 2005 |
|
sander hendrickx

dag 0
14.16u Bram en ik nemen, vergezeld door een loodzware rugzak, de bus
richting Schilde om eerst nog snel een tuinfeestje van den AB (Antwerpen Boven
nvdr) af te werken alvorens richting Charleroi airport te vertrekken. Het
feestje zelf is compleet irrelevant wat schotland betreft. Dus stel het feest
is gedaan, Bram en ik hebben dringend een lift nodig naar Gent, waar we de
trein naar Charleroi moeten nemen. Geen
probleem, we kunnen mee met ‘den Beir van den hoed’. Ja dat is dus duidelijk
buiten het rijgedrag van een oververmoeide Beir gerekend... om half 4 in
Schilde vertrekken, om ruim een uur en een kwart later in Gent aan te komen.
Laat, maar niet te laat. Snel bij Bram op kot nog wat overbodig gewicht uit m’n
rugzak halen en vervolgens een eerste wandeling richting station Gent
Sint-Pieters.
dag 1
Tegen kwart voor 6 in de ochtend verschijnt ook onze West-Vlaamse
reisgenote Tine ten tonele. Een treinrit naar Charleroi (dat toch echt wel een grauwe
en grijze stad is) en een korte busrit later arriveren we aan de luchthaven. De
check-in blijkt nog dicht te zijn, dus wordt het nog even wachten. De check-in
lijkt op het eerste zicht in orde. Rugzakken niet al te veel boven de 15kg. Tot plots door de luchthaven schalt “Attention, will
mister Hendrickx, Sander Hendrickx, report at the information stand please.” Ja moet mij weer
overkomen. De gasvullingen in mijn rugzak mogen dus duidelijk niet mee op reis.
En na mij mag ook Tine haar halflege gasbusje uit haar rugzak verwijderen. Maar
goed, na een heel kort ontbijt, mogen we dan toch aan boord van de Ryan-air
Boeing 737-800.
Als we goed en wel in de lucht hangen, lezen we de bierkaart-boodschap
van Leen (de 4de reisgenoot, die op de allerlaatste moment
noodgedwongen moest afhaken). Verder nog wat genieten van het uitzicht, en
vooral het dikke witte wolkendek.
Dus het vliegtuig. Niks echt bijzonders. Na een korte vlucht, vrij van
terroristische escapades allerhande, landen we een kwartier voor op schema op
het vliegveld van Prestwick. Niet vergeten de klok een uur terug te draaien.
Check-out of hoe het ook mag heten duurt vrij lang maarja. Rugzakken gaan
zoeken, handbagage er zo goed mogelijk bij insteken en dan op zoek naar een bus
die ons naar Glasgow kan brengen. In Glasgow stappen we vrij willekeurig en
impulsief van de bus, op het moment dat 2 andere busgangers met een even grote
rugzak uitstappen. Blijkbaar staan we plots aan het centraal station daar. Zo
slecht kan het dus niet zijn.
|
|
|
Daar wat openbaar vervoer zoeken richting Milngavie, het officiële
startpunt van de West Highland Way, en niet veel later zijn we alle drie de trotse
bezitter van een treinkaartje naar ginder. Ook komen we er achter dat Schots en
Engels evenveel op elkaar trekken als Antwerps en West-Vlaams. M.a.w je
verstaat er geen woord van :-) Milngavie wordt door de mensen daar uitgesproken
als “Milkaaif”. Waarom is mij een raadsel. Het station heeft trouwens ook meer
weg van een winkelcentrum waar nu en dan een trein passeert. Dus stappen we er
de Burgerking maar eens binnen. Het is nu ongeveer 12 uur en het wordt zo
stilaan tijd om eens een supermarkt te zoeken om wat voedsel te hamsteren voor
de komende dagen. Blijkt dus ook niet zo evident te zijn als het lijkt, maar na
een handvol Schotten ondervraagd te hebben, zijn we dan uiteindelijk toch bij
een supermarkt aanbeland. Gelukkig is het in Glasgow een of andere speciale
feestdag waardoor alle winkels op zondag gewoon open zijn. Wisten wij veel,
maar het komt goed uit.
Helaas zijn we niet zo’n bedreven wandelaars in de natuur, en veel
verder dan de aankoop van wat flessen water, een paar blikken soep en een zak
appels komen we voorlopig dus niet (achteraf bekeken niet de slimste aankopen
gezien het gewicht van al die dingen...)
Terug naar het station, waar we na een 5-tal minuten reeds op de trein
naar Milngavie zitten. Het originele plan was om daar te overnachten om dan ’s
morgens vroeg aan de West Highland Way zelf te beginnen. Maar als we tegen 5
uur in de late namiddag aankomen in Milngavie blijkt daar dus wel alles dicht
te zijn. Aan de obelisk die het officiële startpunt van de WHW aanduidt, houden
we een korte fotoshoot . De dichtsbijzijnde camping ligt een paar kilometer
buiten het dorpje en eigenijk zien we het niet echt zitten om die nu te doen,
en dan ’s morgens terug te keren naar hier. Uiteindelijk vinden we er niets
beters op dan maar meteen te beginnen wandelen langs de WHW zelf, al vinden we
dit zelf behoorlijk idioot. Alle drie de ganse nacht niet geslapen, de hele dag
ofwel op het openbaar vervoer gezeten of in Glasgow rondgewandeld om dan tegen
dat het donker wordt toch nog te beginnen wandelen door ‘the middle of
nowhere’... Die idiote ingeving heeft ons achteraf wel een volledige dag
uitgespaard. Zo stom was het misschien dus nog niet.
Milngavie to Drymen (19 km)
Na een 3-tal uur wandelen door vooral bossen en heide stoppen we in de
Beech Tree Inn voor een degelijke avondmaaltijd. Na de maaltijd blijkt het
buiten echter plots volledig donker te zijn, en we hebben eigenlijk nog niet
het minste idee waar we de nacht zullen doorbrengen. Wanneer we echter net
terug aan het wandelen zijn, langs de gewone weg, stopt er een auto. Het blijkt
de vriendelijke Schot te zijn die aan de tafel naast ons had zitten eten. Hij
biedt ons een lift aan naar het dichtsbijzijnde dorp, Drymen. We bedanken de
man vriendelijk voor zijn aanbod en laden onze rugzakken in zijn auto. Drymen
is zowat de grootse “stad” die we tot Fort William aan het einde van de route
tegenkomen. Ze hebben er zelfs een postkantoor en een supermarkt :-). Tegen
half 10 in de avond vinden we een Bed & Breakfast waar we kunnen overnachten.
De uitbaatster begint al meteen uit te leggen waar de local pub is maar ze
heeft al vrij snel door dat we echt alleen behoefte hebben aan een warme
douche, een bed en een dak boven ons hoofd. Allen zijn ze meer dan welkom.
dag 2 – Drymen to Balmaha (13 km)
Behoorlijk laat opgestaan. Maar al bij al is 8 uur ’s morgens zo slecht
nog niet als je op vakantie bent ;-) Een uurtje later, tijdens ons eerste echt
vettige Schotse ontbijt vallen de eerste druppels reeds uit de hemel. Het
zouden zeker de laatste niet zijn. Na het eten nieuwe gasvullingen gaan kopen,
aangezien de andere nog vrolijk in Charleroi vertoeven. Dan een korte stop in
de lokale supermarkt (jaja ook in Schotland is “de Spar” blijkbaar bekend),
vooral om ons wat suiker aan te schaffen. Gezien de regen lijkt het ons ook
geen slecht idee om nu maar meteen postkaartjes te kopen en schrijven. ’t Is
altijd leuk als die dingen aankomen voordat je zelf thuis terug voor de deur
staat. Na al dit uitstellen is het tegen half 12 toch echt tijd om terug te gaan
wandelen. Het zou een dag worden om niet snel te vergeten, mede dankzij de
regen, wind en onze goede vriend ‘Conic Hill’. De route loopt eerst door wat
sparrenbossen en heidelandschap, om vervolgens recht over Conic Hill te gaan.
Het is vooral de klim en afdaling die onze fysiek duchtig op de proef stelt.

Volgens de reisgids die we bijhebben, geeft de top van Conic Hill de
eerste prachtige zichten over Loch Lomond. Persoonlijk vind ik dat de regen en
wolken het alleen nog mooier maken. Een echt Schots loch met hier en daar wat
kleine eilandjes in, een wolk die erboven trekt, heuvels op de achtergrond en
dit alles bekeken vanaf de top van een nabijgelegen heuvel. Het heeft zijn
charme, en even worden de regen, wind en loodzware rugzak vergeten. Tijdens de
afdaling glijdt Bram nog een keer uit, maar gelukkig breekt zijn rugzak de val
ietwat. Jaja dat ding is dan toch nog ergens goed voor. Een beetje irrelevant,
maar ik dacht zo, ik vermeld het toch maar even ;-) In de vroege avond
arriveren we op een camping (Milarrochy Bay Campsite) gelegen aan Loch Lomond,
een anderhalve kilometer voorbij Balmaha. Na het opzetten van de tenten, maar
voor het wassen en aantrekken van droge kleren vinden we dat we toch echt eerst
moeten eten. Tomatensoep uit blik (achteraf bekeken niet eens goede) en 3 witte
boterhammen hebben nog nooit zo goed gesmaakt. Tijdens de maaltijd zeggen we
geen woord. Iets dat de komende dag wel vaker zou voorkomen. Ja een klein bord
lauwe tomatensoep uit blik en 3 droge witte boterhammen worden meteen een stuk
aantrekkelijker na een ganse dag met 20 kilo op je rug door de regen gewandeld
te hebben. Om ons geluk helemaal compleet te maken staat er ons na deze
maaltijd nog een lauwe douche te wachten... ’s avonds nog even een beetje
kaarten, maar tegen 23u gaan we dan toch maar slapen. Zo laat zijn we de rest
van de route niet meer gaan slapen. Een mens leert snel bij.
dag 3 –
Balmaha to Inversnaid (22 km)
8 uur, hoog tijd om op te staan. Relatief goede nachtrust gehad, gezien
het feit dat ik mij slechts centimeters boven de Schotse bodem bevond. Dus tent
afbreken, erachter komen dat we niks hebben om te ontbijten en vervolgens terug
op pad. Gelukkig heeft de camping een klein winkeltje, maar aangezien we
eigenlijk al iets buiten het hoogseizoen zitten, is er niet veel meer te vinden
dan zo wat van die 3-hoekige boterhammen die goed blijven tot 19 september
(zijnde gisteren)... geen probleem, in tijden van nood is men met minder
tevreden.

Een mooie ochtenwandeling van 11 km later, afwisselend door bossen of
langs de bonnie bonnie banks of Loch Lomond, komen we aan in Rowardennan.
Gezien daar een jeugdherberg staat, lijkt het ons geen slecht idee daar eens
een kijkje te gaan nemen. Een schitterend gebouw, met uitzicht over Loch
Lomond, waar de receptie helaas pas opengaat om 5 uur ’s avonds... Gezien het
nog maar net een uur of 1 was, zit er niet veel anders op dan daar wat te eten
en dan onze tocht langs de WHW te vervolgen. Onze drinkflessen bijvullen en
wanneerwe net terug willen vertrekken, besluit ik toch ook nog maar eens een
kijkje te nemen in de inkomhal van de jeugdherberg. En wat zie ik daar? Zowaar
een snoepautomaat! Hoe hebben we die over het hoofd kunnen zien. Vreugde alom
door deze welkome ontdekking. Snel een zakje chips, mars en twix per persoon
uit dat ding halen en iedereen heeft weer genoeg suikers binnen om een stevig
stuk te stappen, van Rowardennan naar Inversnaid. Al vrij snel komen we langs
een plekje dat in de reisgids staat aangegeven als “bench with a nice view”.
Het lijkt ons geen slecht idee om hier eens wat foto’s te nemen met ons
praesidiumlint aan. We hebben die dingen niet voor niets meegesleurd. Na een
wonder boven wonder vrij droge (maar desalniettemin wel enorm zware) tocht,
waarbij ikzelf ook een keer min of meer tegen de vlakte ben gegaan bij een
ongelukkig geplaatste boomstronk, komen we in de vroege avond dan toch aan in
Inversnaid. Dat dorp bestaat dus uit een hotel en een ietwat vervallen
boathouse. In het hotel zit het restaurant vol met senioren. Vraag me niet wat
die hier komen doen, want ik zou het echt niet weten, maar gelukkig bestaat er
ook de mogelijkheid om iets simpels als take-away te bestellen. Een hamburger
met wat frieten en een blikje cola dus. Dit eten we op aan de zijkant van het
hotel. Alweer een maaltijd gekenmerkt door een stil genieten. Dat wandelen
vergt blijkbaar toch wel wat van ons.
Vervolgens nog een kleine wandeling tot aan de wildcamp site, net naast
de boathouse. Daar zetten we onze tenten recht, al is recht misschien wat
overdreven optimistisch uitgedrukt gezien de afhellende en oneffen grond van
het kleine grasveldje. De twee Belgen die we eerder die dag waren tegengekomen
langs de WHW hebben hun tent daar ook reeds neergeplant, waarschijnlijk de
enige ietwat effen plaats daar in beslag nemend. Tijdens het opzetten van de
tent maken we voor de eerste maal kennis met de Schotse “midgets”. Kleine
vliegende insecten die enorm irritant zijn, en dit dan het liefst nog in grote
zwermen tegelijk doen. Gelukkig waren we na de Conic Hill dag wel wat gewend,
en na enige inspanning staat onze tent er dan toch.
Vergezeld van de twee andere Belgen nog even terug naar het hotel om
eens een deftige sanitaire stop te maken, onze drinkbussen te vullen en toch
ook wel om eens een pint te drinken. Uiteindelijk komen we niet verder dan een
glas cola en om kwart voor elf liggen we reeds in onze slaapzak. Er wordt
besloten om de volgende dag om 7 ipv 8 uur op te staan. Typisch voor een
vakantie...
dag 4 – Inversnaid to Crianlarich (21 km)
Zoals hierboven reeds vermeld, staan we om 7 uur op. Tent opbreken en
ontbijten, hoewel, ontbijten... Even op
onze Limburgse vrienden Kris en Laura wachten, die nog even terug naar het
hotel zijn gegaan en vervolgens weer een dag WHW langs de bonnie bonnie banks
of Loch Lomond. Onze dagtocht bestaat uit twee grote delen. Eerst 10 kilometer
tot Inverarnan en dan nog eens 11 tot in Crianlarich. Vlak na ons vertrek
passeren we “Rob Roy’s cave”, maar aangezien we er redelijk doorheen zitten met
onze zware rugzak en de reisgids bovendien vermeldde dat het niet echt de
moeite was om de korte omweg te maken, laten we de grot letterlijk en
figuurlijk links liggen.
Om iets na 10 een eerste pauze, samen met Kris en Laura (de twee Belgen
nvdr.) Tegen half 12 zien we een mooi plekje langs Loch Lomond en gezien we zo
stilaan het einde van ons favoriete Loch naderen, lijkt het moment gekomen om
een kort officieel gedeelte te houden. Rugzak af, lint zoeken, codex open op
pagina 538 en een goed plekje zoeken om wat liedjes te zingen :-) Reden genoeg
voor voorbijgangers om ons vreemde blikken toe te werpen neem ik aan. Gekke
Belgen. Onze codices gezegend met Loch Lomond water, nog wat foto’s trekken van
dit memorabele gebeuren en iedereen is weer wat opgepept en klaar om de afstand
tot Fort William nog wat te verkleinen.

Maar niet opgepept genoeg zou snel blijken. Het volgende stuk is enorm
zwaar. Heel de tijd klimmen en dalen over veel te smalle en rotsachtige padjes,
of zoals deze passage in de reisgids staat aangegeven: Trail squeezed between
boulder and tree; rock-strewin craggy ground through hazel; large boulders on
open ground beneath crags; climb ladder to bridge over rock slab and
waterfall... de 20 kilo op de rug helpen ook niet echt. Dit was waarschijnlijk
het moment waarop de beslissing viel om in Inversnaid de bus te nemen naar
Crianlarich, om daar onze plannen te herbekijken. Ook onze stop aan Loch Lomond
was veel langer dan gepland. Om iets voor 2 in de middag komen we aan in
Inversnaid. Eerst onze veldflessen bijvullen (duidelijk overbodig, gezien we
later toch de bus zouden nemen) en daarna een toastie eten in de self-declared
world famous drovers inn. Om 4 uur buiten langs de weg gaan staan om de bus te
nemen. Niet dat er iets te zien is dat op een bushalte lijkt, maar in de
drovers inn wordt ons verzekerd dat de bus wel zou stoppen. Inverarnan is weer
een van die dorpen die eigenlijk maar 1 of 2 gebouwen bevatten. Na een half uur
heeft een handvol schapen de weg overgestoken en is er eentje midden op de baan
gaan liggen, maar van de bus is nog steeds niets te zien. Om kwart voor 5 komt
ze dan toch. Ons Schots accent is blijkbaar nog lang niet ver genoeg
ontwikkeld. Na Crianlarich op tal van verschillende manieren uitgesproken te
hebben, is het uiteindelijk zelfs nog nodig de landkaart boven te halen om
duidelijk te maken dat we eigenlijk gewoon aan de volgende halte moeten zijn...
Een goed kwartier later komen we reeds aan de jeugdherberg in Crianlarich. Nog
snel wat marsrepen en wat canned food gaan halen in de lokale supermarkt,
daarna terug in de regen. Achteraf nemen we nogmaals een douche (en het mag
gezegd worden, de gemiddelde douche-installatie in Schotland is dik in orde).
Bram heeft naar AMS, een “backpack delivery service” gebeld. Die halen ’s
morgens je rugzak op en zetten die dan af aan je eindstop die dag. Daar gebruik
van maken was zonder twijfel de beste beslissing die we genomen hebben tijdens
onze reis. Zo hebben we veel meer tijd om te genieten van de omgeving en ook
het wandelen zelf is natuurlijk veel aangenamer .
In de jeugdherberg zelf koken we nog wat spaghetti, achteraf nog wat
pokeren met M&M’s als pokerfiches en tot slot kruipen we weer op een zeer
respectabel uur in bed.
dag 5 – Crianlarich
to Bridge of Orchy (21 km)
7 uur ‘s morgens. Wekker gaat af en het blijkt nog steeds te regenen.
Onze rugzakken klaarmaken voor AMS en in de lobby afzetten. Vanaf nu zouden we
nog slechts de kleine rugzak meenemen, die als handbagage gediend had, om
regenkledij en dingen die suiker bevatten in te steken. In de lokale supermarkt
kopen we nog snel een zak broodjes en een pak ham en op naar Bridge of Orchy.
Na een vrij korte tocht door de bossen komen we aan bij een ruïne van een oude
priorij. Vooral de overblijfselen van het kerkhof vind ik de moeite. Doet me
denken aan het spookhuis in de efteling :-) Na nog een stuk door een sparrenbos
komen we om iets na 11 reeds aan in het dorpje Tyndrum, ongeveer halverwege
Crianlarich en Bridge of Orchy. In de Green Welly Stop nemen we wat soep,
boterhammen en cola tot ons en als we ongeveer terug willen vertrekken, komen
Laura en Kris daar ook juist binnen. Dus blijven we ook nog maar even zitten
:-)
Om iets na 1 in de middag wordt het dan toch wel tijd om de overige 11
kilometer tot Bridge of Orchy te overbruggen. Net buiten Tyndrum loopt de WHW
over een oude militaire baan. Relatief makkelijk wandelen dus, zeker in
vergelijking met de vorige dagen. Het regent nog steeds in buien maar dat maakt
allemaal niet veel uit; we zijn immers van die loodzware rugzak verlost :-)
Recht voor ons hebben we uitzicht op de conische Munro (berg boven de 3000 ft)
Beinn Dorain. Om kwart voor 4 komen we aan in Bridge of Orchy. Gezien ons
verblijf in een jeugdherberg de nacht voordien, kiezen we ervoor om vandaag nog
eens op een wild campsite te gaan staan. Deze ligt pal naast een rivier, aan
een brug die je op verscheidene postkaartjes ziet opduiken. Zal waarschijnlijk
wel een of andere historische betekenis hebben... Daar zetten we ons tentje op
in de regen en vervolgens, zo goed als het gaat, warmen we nog eens wat
tomatensoep op. Tegen dan arriveren ook Kris en Laura en zetten hun tent op.
Als dat gebeurd is, gaan we nog iets drinken in het Bridge of Orchy hotel. Om half
11 gaan we doodmoe slapen. Of toch proberen te slapen. De hele nacht lig ik
wakker van de felle regen en windvlagen buiten. Een wonder dat ons tentje ’s
morgens nog (min of meer) rechtstaat...
dag 6 – Bridge
of Orchy to Kingshouse (21 km)
Om 7 uur maar meteen opstaan, want slapen zit er toch niet in. We we
besluiten dan ook, samen met kris en Laura, om de tocht met 5 verder te
wandelen, gezien het zelfs naar Schotse maatstaven slechte weer. Eerst even
terug naar het Hotel om onze rugzakken daar te deponeren en nog snel een
sanitaire stop te maken. Dan een, in normaal weer, leuke wandeling van een
5-tal kilometer tot Inveroran. Onderweg maken we een zeer korte omweg naar een
steenhoop voor een mooi uitzicht over de omgeving. Maar gezien de regen en felle
wind blijven we er toch niet al te lang staan. Van Inveroran wandelen we min of
meer in een keer tot aan Kingshouse. Het weer is te slecht om te pauzeren, en
er is eigenlijk ook langs de hele route ook nergens iets om te schuilen. Gewoon
een kwartier gaan stilstaan op een onbeschutte plaats, terwijl het serieus
regent en waait lijkt ons nu eenmaal niet zo’n goed idee. Om half 2 ’s middags
komen we dan ook reeds in Kingshouse. Blijkbaar zijn daar een aantal korte
skipistes. Het Glencoe Ski Centre, al stel ik me wel de vraag wie er zo stom is
om in Schotland, gezien het weer, te gaan skiën... Voor de rest is er eigenlijk
alleen nog een hotel en een wild campsite. In het hotel is er gelukkig nog net
een kamer vrij. Weliswaar een 4-persoonskamer, dus iemand moet een ander
slaapplaats vinden. De mevrouw in het hotel kan het zo regelen dat iemand in
een aanpalend gebouw kan slapen. Het is Bram die deze nobele taak op zich
neemt. We zijn echt enorm opgelucht dat
we in het hotel kunnen blijven, en niet op dat grasveldje onze tent moeten
opzetten. De nacht ervoor was al rampzalig geweest, en het weer is er nu niet
echt op vooruit gegaan.

Op onze kamer hangen we alles te drogen, wat thee en koffie drinken en
natuurlijk nog eens goed douchen. Daarna beetje niks doen. We willen het eten
zo lang mogelijk uitstellen omdat we anders waarschijnlijk om 9 uur ’s avonds
de neiging hebben om nog eens te gaan eten. We spreken af om tegen 19u te gaan
eten. In het hotel bestaat ook de mogelijkheid kleren te wassen en gezien onze
reeds lang uitgeputte voorraad van echt zuivere kleren, wordt snel besloten
alles te wassen. Zuivere, goed ruikende kleren, een goede douche, zacht bed, en
dadelijk nog een deftige avondmaaltijd. Dit moet echt wel de beste avond van
heel de reis zijn :-) Tegen 18u zitten we beneden al te “apperetieven”. Dan
toch eten en nog iets drinken, en om half 10 reeds naar bed, iets waar we ook
wel naar uitkijken. De luidruchtige en irritante Canadezen zitten er misschien
ook wel voor iets tussen.
dag 7 – Kingshouse to Kinlochleven (13 km)
Gezien de tocht vandaag niet al te lang is, slechts 13 kilometer, hadden
we de avond ervoor de goede ingeving gekregen eens uit te slapen (toch in vergelijking
met wat we ondertussen gewend zijn). Om 9 staan we dan toch op en gaan onze
rugzakken, gevuld met heerlijk zuivere kleren, beneden afzetten. We zijn helaas
al te laat voor het ontbijt in het hotel. Dan maar een mars kopen en een blik
cola ter vervanging. Tegen half 11 zetten we onze tocht weer verder. Vandaag
zouden we het hoogste punt op de WHW bereiken, boven aan de “Devil’s
Staircase”. Een naam die veel erger klinkt dan wat het eigenlijk is, zeker in
deze richting, gezien Kingshouse zelf al halverwege het hoogste punt ligt. De
afdaling tot Kinlochleven was volgens mij veel lastiger. Het eerste stuk van de
tocht loopt redelijk parallel met de A82, de grote weg van Fort William tot
Glasgow. Op het punt waar we van de baan wegdraaien staat nog eens een paaltje
om de route aan te geven. Dit is ook ongeveer het punt dat de 120ste kilometer
aangeeft.

Enkele honderden meters verder begint de “Devil’s Staircase”, niet veel
meer dan een steil bergpad met een leuke naam. Iets na de middag staan we reeds
boven te genieten van het uitzicht. Maar boven op een top staan brengt ook met
zich mee dat je volledig staat blootgesteld aan de natuur, en in dit geval
vooral de wind. Van daaruit ,zonder pauzeren,wandelen we door tot Kinlochleven.
Een lange afdaling tot helemaal in het dal (zie reliëf helemaal in het begin).
In Kinlochleven is er een kleine, maar prachtig onderhouden camping en omdat
het voor de verandering eens niet regent, zetten we daar onze tenten op. In de late namiddag nog naar de supermarkt
gaan (waar ze Pringles hebben en waar Bram de idiote keuze maakte om
Salt&Vinegar te nemen) en een “real scottish breakfast” bestellen in de
Tailrace Inn (zie foto hieronder) waar we dan ook maar meteen een warme
chocomelk drinken.
In de vroege avond ons potje koken (macaroni met kaas voor Tine en mij,
en njam njam bonen in tomatensaus voor Bram). Nadien douchen en chillen. Om de
avond goed te eindigen nog iets gaan drinken in een lokale bruine kroeg. Maar
dan begint het weer te regenen...
dag 8 –
Kinlochleven to Fort William (22 km)
7.30: opstaan en in de regen tent afbreken. Rugzak voor de laatste keer
gaan afzetten voor AMS en dan zo snel mogelijk naar de Tailrace Inn voor ons
even heerlijke als vettige Schotse ontbijt. Om kwart voor 10 dan weer eens in
de regen vertrekken voor ons laatste stukje WHW. Op naar Fort William, onze
eindbestemming.

22 kilometer is nog een redelijk afstand om af te leggen, zeker als je
al 130 kilometer van de route hebt afgelegd. De tocht begint meteen met een
lange klim tot 250 meter hoogte. Tegen het einde van de klim gaat de weg echter
terug over in de oude militaire baan en wordt het wandelen weer ietwat
aangenamer. Een goede 9 kilometer
verder wordt het terug een zeer smal en oneffen bospadje. We passeren langs
enkele plaatsen waar en masse aan ontbossing werd gedaan. Dit om die plaatsen
nadien te kunnen herbeplanten met de oorspronkelijke boomsoort. Op de
achtergrond doemt Ben Nevis voor het eerst op, weliswaar zoals altijd in de
wolken gehuld.
Nadien komen we in een zeer donker sparrenbos terecht, waar het pad
plots steil omhoog klimt.

Net achter deze bossen ligt aan onze rechterkant een oud fort uit het
ijzeren tijdperk, zo schrijft onze reisgids. Gezien het onze laatste dag is,
lijkt het ons wel eens de moeite om een kleine omweg te maken. Volgens het bord
dat er staat was dit slechts 400 meter. Het lijken er wel 4000. En wat het bord
ook niet vermeldde is dat je net over het topje eerst nog een dal moet
oversteken om vervolgens nog iets hoger te klimmen om dan uiteindelijk toch het
fort te bereiken. Het fort zelf is niet meer dan een U-vormige aarden wal, maar
het uitzicht op deze hoogte is verbluffend. Fort William in de verte, Ben Nevis
recht voor ons. Van hieruit daalt de WHW geleidelijk af om uiteindelijk in Fort
William te belanden. De laatste kilometer lijkt wel eeuwig te duren... zo traag
gaat het vooruit. Maar om kwart na 4 in de middag bereiken we dan toch het
officiële eindpunt van de West Highland Way. Eerst daar wat foto’s nemen en
nadien wat in de souvernirshop rondkijken. Daar nemen we ook afscheid van Kris
en Laura, die een Bed&Breakfast in Fort William zelf hebben gezocht, om zo
de dag nadien meteen de trein richting Glasgow te kunnen nemen. Wijzelf nemen
een taxi naar de jeugdherberg aan de voet van Ben Nevis, in de hoop deze 2
dagen later te kunnen beklimmen. Helaas is het weer enorm slecht de daarop
volgende dagen (onweer en sneeuw boven op Ben Nevis) en dat plan valt dus vrij
letterlijk in het water. We zullen dus nog eens terug moeten komen...

Sander Bram Tine